3.
De volgende morgen werd ze met een pijnlijke nek wakker in de grote stoel in de woonkamer, waar ze zich die avond er voor had gesetteld met een fleecedeken. Gapend wreef ze in haar ogen, en masseerde haar nek een beetje. Ze gooide de deken van zich af, stond op, opende het raam en liet de frisse lentelucht naar binnen stromen. Ze klom op de vensterbank en nestelde zich comfortabel in het kozijn, en keek uit over de oprijlaan.
Een klein vogeltje, met oranje en blauwe veren, vloog langs het raam, en Charlotte voelde zich diep gelukkig. Ze miste haar oude leven totaal niet. Nu nog niet, tenminste. Wat niet is, kan nog komen. Maar op dat moment, daar zittend, was ze gelukkig. Ook al was haar huis nog zo kaal en stoffig, ook al had ze geen idee hoe ze de waterleiding aan de praat kon krijgen, en sprak ze nauwelijks Frans. Het kon haar geen zak schelen, want ze was in haar eigen huis in Frankrijk, en leefde haar droom.
Een klein vogeltje, met oranje en blauwe veren, vloog langs het raam, en Charlotte voelde zich diep gelukkig. Ze miste haar oude leven totaal niet. Nu nog niet, tenminste. Wat niet is, kan nog komen. Maar op dat moment, daar zittend, was ze gelukkig. Ook al was haar huis nog zo kaal en stoffig, ook al had ze geen idee hoe ze de waterleiding aan de praat kon krijgen, en sprak ze nauwelijks Frans. Het kon haar geen zak schelen, want ze was in haar eigen huis in Frankrijk, en leefde haar droom.
Nadat ze daar even had gezeten, wierp ze een blik op haar horloge. Het was tien uur. Tijd om het dorp in te gaan, dacht ze. Het enige probleem was dat ze geen vervoersmiddel had – tenminste, niet voor zover ze wist – en het nog best een eind was naar het dorp. Ze liep naar de hal en trok haar jas aan, die ze de vorige dag daar gewoon had neergegooid. Net als haar koffers, die er ook nog onuitgepakt lagen. Moest ze ook maar eens mee bezig. Nu ze haar nieuwe leven had, moest ze ook maar eens nieuwe gewoontes aanleren. Zoals meteen dingen opruimen.
Ze viste haar portemonnee uit een van de tassen, en stopte deze in de zak van haar jas. Misschien stond er in het schuurtje, dat ze gezien had vanuit het keukenraam, nog wel een fiets. Nadat ze de voordeur achter zich dicht had getrokken, liet ze de sleutels in haar binnenzak glijden, en wandelde over het grindpad naar achteren.
De tuin had ze nog niet echt bewust bekeken, maar zodra ze een eerste stap op het wildgroeiende terrein had gezet, wist ze dat ze niet langer had moeten wachten. Het was groot, en groen. Het gras was hoog en groeide wild door elkaar. Op sommige plekken kwamen rode rozen boven het gras uit, vol in bloei en prachtig van kleur. Ze viste haar portemonnee uit een van de tassen, en stopte deze in de zak van haar jas. Misschien stond er in het schuurtje, dat ze gezien had vanuit het keukenraam, nog wel een fiets. Nadat ze de voordeur achter zich dicht had getrokken, liet ze de sleutels in haar binnenzak glijden, en wandelde over het grindpad naar achteren.
Het was net een schilderij. Net een foto. Zo’n foto die iedereen tot in de eeuwigheid zou bewonderen en koesteren. De kleuren waren mooi, de zon scheen, de vogels floten.
Ze baande zich een weg door het gras en liep naar het tuinhuisje. Het was een houten, klein huisje, waarvan de wanden met klimop begroeid waren. Ze hoopte dat de deur niet op slot zat. Dat zou niet zo goed uitkomen. Zou ze naar het dorp moeten lopen.
Ze liet haar hand over de deurklink glijden en duwde hem naar beneden. Niets. Na de tweede poging gebeurde er nog minder. Ze zuchtte, deed een stap achteruit en liet haar ogen over het houten huisje glijden. Een idee schoot haar te binnen.
Misschien was het cliché, misschien lag het er te dik bovenop, maar iets in haar zei dat het het proberen waar was. Ze bukte en tilde de mat voor de deur op. Bingo.
Een kleine, bronzen sleutel bevond zich tussen de lading pissebedden op de stenen.
Charlotte pakte het sleuteltje en kwam weer overeind, en fatsoeneerde de mat enigszins. Ze liet de sleutel in het slot glijden en sjorde het wat heen en weer, en draaide het slot open. De deur gaf – na een klein duwtje van Charlotte’s kant – gemakkelijk mee, en even later stroomde de buitenlucht het donkere tuinhuisje binnen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten