27-07-2011

11.1


11.
Diep in de nacht werd Charlotte wakker in een pikkedonkere kamer. Het vuur in de haard was gedoofd, de kaarsen uit en het enige licht kwam van de maan die door de gesloten gordijnen heen scheen. Ze staarde naar het plafond en liet haar ogen aan het donker wennen, voordat ze opstond.
            Op het nachtkastje naast het bed lagen een aantal spullen. Haar telefoon lag er, en ook haar portemonnee en sleutelbos, die Louise vast uit haar jas had gehaald. Hoe haar telefoon daar kwam was vooralsnog een raadsel, maar als die er was, dacht ze met haar slaperige hoofd, dan waren de rest van haar spullen er ook nog wel.
            Ze drukte op een willekeurige toets, maar het scherm lichtte niet op. Oh. Uit, misschien? Charlotte drukte op de aan/uit knop maar er gebeurde niets. Geen piepjes en geen knipperende lichtjes. Er gebeurde net zoveel als wat er gebeurt was als ze het apparaat niet had aangeraakt. Misschien was de batterij leeg?
            Ze dwaalde wat door de kamer, probeerde zich ondanks het gebrek aan licht te oriĆ«nteren. Ze ging voor het raam staan en keek naar de lucht, die gevuld was met zoveel sterren dat het leek alsof het heelal nooit zou eindigen.
            De intense stilte werd plotseling verbroken door het geluid van paardenhoeven die steeds dichterbij kwamen. Het geluid werd harder en harder en binnen enkele seconden racete er een koets met twee witte paarden ervoor over de oprijlaan. Vlak voor de fontein kwam het tot stilstand, onder luid ge-“HO” van de koetsier, die vervolgens van zijn zitje afsprong en de deur van het rijtuig opende.
            Een mollige man van middelbare leeftijd stapte uit en keek even gewichtig om zich heen, al viel er niet veel te zien. Hij richtte zijn blik op het grote huis en maakte zijn weg naar de voordeur met grote, forse stappen. “Monsieur Dupont!” riep een mannenstem, waarvan ze vermoedde dat het die van Claude was.
            Ze verliet de kamer en strompelde de trap af, en bleef op de onderste trede staan. “Wat is het?” was het eerste wat ze vroeg aan Louise die haar onderaan de trap opwachtte.
            “Uw vader. We dachten dat hij pas volgende week terug zou komen. Zijn bezoek was compleet onaangekondigd, tot een uur of twaalf vanavond, toen er een postjongen aan de deur kwam met het bericht. Ik had het u moeten vertellen, maar ik wilde u niet wakker maken. Het spijt me, mevrouw.” zei Louise, en ze kromp een beetje in elkaar toen ze het aan Charlotte meedeelde.
            “Nee, nee. Geeft niet. Niet verontschuldigen. Nee.” mompelde Charlotte in volle verbazing. Haar vader? Dat was alles behalve mogelijk. Haar vader was al zeven jaar dood.
            In alle haast sprong ze van de laatste twee treden af en rende naar de voordeur, die al open was getrokken door een man met een grote snor. “Juffrouw Charlotte” knikte hij toen ze verwachtingsvol in de deuropening ging staan. Haar emoties, van angst tot intens geluk, stroomden door haar lijf en ze vreesde even dat ze ze niet meer onder controle zou kunnen houden en er even tussen uit zou piepen. Haar vader?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten