19-06-2011

6.1

Klein stukje erbij.


6.
Waarom hij zulke vertrouwelijke gesprekken met deze Charlotte Dupont had, die hij nog nooit eerder had gezien en waarover hij nog nooit eerder een woord had gehoord, wist Frederick Beckett niet, maar er was iets in haar manier van praten en doen dat hem gerust stelde.  
            Ze was wel een beetje vreemd. Ze was niet de standaard vrouw die hij dagelijks zag, die zich aan zijn voeten vleiden om zijn fortuin, smekend voor een huwelijk, opgehemeld door hun vaders en moeders die maar al te graag wensten dat hun dierbare dochters met een man van groot fortuin trouwden.  De apartheid maakte haar interessant. Ze had de vreemdste kleren aan die hij ooit had gezien en ze was bedekt met modderige vlekken. Misschien was het de momentele mode in Londen, en had ze niets passends bij zich voor de omgeving hier. Hij liet de gedachte zijn hoofd uit zweven en veranderde het onderwerp van het gesprek.
            “Prachtig weer, is het niet?” zei hij, een luchtig onderwerp aanslaand. Charlotte lachte om zijn opmerking. “Nu misschien, maar een paar uur terug stormde het hier zo hard dat ik dacht dat de wereld zou vergaan.”
            Frederick keek haar niet-begrijpend aan. “Slecht weer? Ik kan me de laatste keer dat het slecht weer was niet herinneren.”
            “En toch was het zo. Ik was op weg naar het dorp en ik reed over dit pad, en plotseling begon het hevig te stormen.” Zei ze koppig. Ze wist het zeker. Ze was erbij geweest, ten slotte.
            “Onmogelijk.” Zei mr Beckett, en dat leek zijn eindargument. Charlotte beet op haar lip en staarde naar beneden, terwijl ze samen voortliepen over het bospad, en hopeloos dacht ze na over een mogelijk gespreksonderwerp. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten