“Misschien is het een beetje ongepast,” sprak hij, “maar mijn zuster woont hier vlakbij. Bij de splitsing van dit zandpad linksaf. Rechts is naar het grote dorp, en links is naar de huizen die wat achteraf liggen.”
Hij wachtte juffrouw Duponts reactie af, een klein, bescheiden glimlachje, en ging verder. “Ik dacht, u zit nogal onder de modder. Misschien wilt u zich er even wassen. Misschien een jurk lenen. Mijn zus en u zijn aardig van dezelfde bouw.”
“Dat zou heel aardig zijn, Mr Beckett” zei Charlotte. Ze had wel wat opfrissing nodig. De modder was nog steeds niet volledig van haar kleren af en ze realiseerde zich plotseling wat voor verschijning ze was. “Graag zelfs.” Voegde ze er aan toe.
“Als, als ik uw zus natuurlijk niet tot last ben. Ik zou ook terug kunnen gaan naar mijn eigen huis?” opperde ze, maar Frederick schudde zijn hoofd. “We zijn er al bijna,” zei hij, terwijl hij over het zandpad wees naar de splitsing die al in zicht kwam.
“Bovendien zou mijn zus graag wat mensen om zich heen hebben. Ze was altijd nogal een extravagant type. Veel ballen, feesten, diners. Ze was overal bij. Tot ze trouwde met Jacques Vernier.” Frederick snoof alsof hij het er niet helemaal mee eens was geweest. Dat was hij ook niet, maar hij zei het niet hardop.
“Ze wordt nogal onrustig hier, zonder mensen die haar vertellen over de laatste roddels.” Grinnikte hij zachtjes.
Charlotte haalde haar wenkbrauwen op en zei: “Ik ben hier juist voor mijn rust.” Ze kon zich niet voorstellen dat iemand de drukte van de stad miste, met al dat verkeer en de gehaaste mensen.
“Ach,” besloot Frederick. “de één is de ander niet”, en terwijl hij die zei dirigeerde hij Charlotte linksaf. “We gaan hierheen.”
Hij wachtte juffrouw Duponts reactie af, een klein, bescheiden glimlachje, en ging verder. “Ik dacht, u zit nogal onder de modder. Misschien wilt u zich er even wassen. Misschien een jurk lenen. Mijn zus en u zijn aardig van dezelfde bouw.”
“Dat zou heel aardig zijn, Mr Beckett” zei Charlotte. Ze had wel wat opfrissing nodig. De modder was nog steeds niet volledig van haar kleren af en ze realiseerde zich plotseling wat voor verschijning ze was. “Graag zelfs.” Voegde ze er aan toe.
“Als, als ik uw zus natuurlijk niet tot last ben. Ik zou ook terug kunnen gaan naar mijn eigen huis?” opperde ze, maar Frederick schudde zijn hoofd. “We zijn er al bijna,” zei hij, terwijl hij over het zandpad wees naar de splitsing die al in zicht kwam.
“Bovendien zou mijn zus graag wat mensen om zich heen hebben. Ze was altijd nogal een extravagant type. Veel ballen, feesten, diners. Ze was overal bij. Tot ze trouwde met Jacques Vernier.” Frederick snoof alsof hij het er niet helemaal mee eens was geweest. Dat was hij ook niet, maar hij zei het niet hardop.
“Ze wordt nogal onrustig hier, zonder mensen die haar vertellen over de laatste roddels.” Grinnikte hij zachtjes.
Charlotte haalde haar wenkbrauwen op en zei: “Ik ben hier juist voor mijn rust.” Ze kon zich niet voorstellen dat iemand de drukte van de stad miste, met al dat verkeer en de gehaaste mensen.
“Ach,” besloot Frederick. “de één is de ander niet”, en terwijl hij die zei dirigeerde hij Charlotte linksaf. “We gaan hierheen.”
(Sorry voor de korte stukjes posten. Heeft men de hoofdstukken liever in één keer? )
Gewoon zo, dan kan ik lekker tussendoor even iets lezen als ik daar zin in heb :P
BeantwoordenVerwijderen