11-07-2011

10.1

10.
De weg terug naar huis was toch iets langer en moeilijker dan ze had gedacht. De heenweg leek kort en simpel te zijn maar het viel haar vies tegen toen ze over het mulle zandpad liep in een richting waarvan ze niet zeker wist of het de juiste was. Ze hield de zoom van haar jurk omhoog en liep en liep en liep tot ze op een punt was bereikt waarop ze bedacht dat het misschien toch wel slim was geweest om Frederick of Jacques mee te laten gaan.
            Tot enkele momenten geleden leefde ze in haar eigen wereldje, maar het verdwaald zijn bracht haar terug naar de werkelijkheid, en naar het volgende punt; waar was ze nou eigenlijk. En hoe kwam ze hier? En waren er wel ergens echt verborgen camera’s?
            Ze zakte neer op een grote steen aan de kant van de weg en bedacht zich dat haar fiets gewoon nog bij de Verniers stond. Dom. Ze zuchtte en legde haar hoofd in haar handen. Het was allemaal net iets te echt om een grap te zijn. Maar ze wilde dat het een grap was, want ze begreep het niet. Ze wilde dat Victoria en de anderen aan kwamen rennen en schreeuwden en giechelden dat ze acteurs waren en dat ze in een of ander televisieprogramma zat. Maar langzamerhand werd het haar duidelijk dat het niet zomaar een grap was.
            Ze zat daar even tot ze zich realiseerde dat dit de steen was waarop ze die ochtend ook had gezeten. Ze stond weer op en ging midden op het pad staan. Er waren nog steeds geen sporen van een hevige storm te zien en het maakte haar bang. Zulke goede specialeffect mensen zouden er nou ook weer niet zijn, toch?
            Charlotte vervolgde haar weg. Langzaam en slingerend liep ze over het pad terwijl de avond inviel en de lucht rood werd door de ondergaande zon. Misschien moest ze wat sneller lopen. Als het donker was zou ze het helemaal niet meer kunnen vinden. Dus ze versnelde haar pas en hoopte dat ze het een en ander zou herkennen. Dat dat niet gebeurde was vreemd, maar ze dacht er verder niet over na.
            Een half uurtje later had ze haar huis terug gevonden. Nietsvermoedend bewandelde ze de oprijlaan en ze verlangde meer en meer naar een comfortabel bed en een warme douche. Ze haalde de sleutel uit haar jaszak, die ze ondanks de viesheid toch maar aan had gedaan omdat het al flink wat kouder was geworden, en probeerde de deur te openen. Dat was het moment waarop haar mond openviel van verbazing. De sleutel die de deur gisteren nog prima opende en vanochtend nog prima afsloot gaf nu zelfs geen beetje mee. Ze trok de sleutel weer uit het slot en bestudeerde het slot,  tot plotseling de deur met een grote zwaai openging en een slank meisje in de deuropening stond. “Mevrouw Dupont!” riep ze uit. “We zijn zo bezorgd geweest! Waar was u, in vredesnaam? En wat ziet u er uit!” ze trok Charlotte zo’n beetje naar binnen en manoeuvreerde haar naar de woonkamer, waar Charlotte nog zo’n moment had waarop haar mond ongeveer op haar voeten hing van verbazing.
            De kamer zag er compleet anders uit. Er stonden meer meubels en de kamer werd verlicht door kaarsen en een vuurtje dat knus knetterde in de open haard.
            “Laat mij uw jas aannemen. Wat zijn dit in hemelsnaam voor kleren?” zei ze terwijl ze Charlottes jas aanpakte, de vieze kleren die over Charlottes arm lagen over haar eigen drapeerde en de kamer verliet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten